Waterzuivering in vijvers
Bij waterzuivering heeft u twee opdrachten. De eerste is te zorgen dat uw vissen het water krijgen dat ze nodig hebben . De tweede opdracht is dat water zo te houden. De tweede opdracht valt in twee onderdelen uiteen. Mechanische en biologische filtering. Mechanische filtering beoogt het verwijderen van vaste bestanddelen uit het water. Biologische filtering is feitelijk geen filtering maar omzetting van in water opgeloste stoffen door bacteriën. Wanneer het vijverwater 's morgens 100% is moet u alle (vaste) stoffen die er die dag bijkomen ook weer verwijderen om die score vast te houden!
Mechanische filterin
Veel aandacht moet u besteden aan het verwijderen van vaste
bestanddelen voordat het water het biologisch gedeelte van het filter ingaat.
Door resten van vaste stoffen zoals planten uitwerpselen e.d. tijdig
te verwijderen voorkomt u compostering.
Compostering leidt tot in water opgeloste stoffen die de aanleiding kunnen zijn
tot algenbloei.
Als u dit verwijdert neemt u al een grote stap in waterzuivering. Voor de
verwijdering kunt u kiezen voor verschillende technieken die zo hun voor- en
nadelen hebben. Bezinking heeft grote voordelen. Aangesloten op het riool
geeft bezinking een minimum aan onderhoud. Nadeel is de benodigde afmeting. De
norm is niet sneller dan 7 liter per minuut op een 1m3. Veel vortexen lopen te
snel in verhouding tot hun afmeting.
Het oppervlak kan vergroot worden door schuin in de bak geribbelde
platen te zetten , met een onderlinge afstand van minimaal 1,5 cm (Baert 1982,
Cattel 1984) Een aftap aan de onderkant vergemakkelijkt het schoonmaken.
In dit gedeelte bezinkt detritus, d.w.z. resten van afgestorven planten, voedsel
e.d. Detritus is erg licht en dwarrelt bij de minste beweging door de bak.
Detritus kan allerlei in water opgeloste stoffen opnemen. Deze komen bij verdere
afbraak echter weer in het water terecht. In plaatbezinkers kan
onderin bij een gering zuurstofgehalte denitrificatie optreden ( Broers 1988).
Bezinking is de minst bewerkelijke vorm van filteren. Naast bezinking kennen
we zeven. De doorlaat van de zeef is vooraf bepaald Zeven werken efficiënt Het
vuil groter dan de doorlaat kan er niet doorheen en wordt afgevoerd. Echter bij
een groot aanbod van vaste deeltjes verstopt de zeef snel en moet dan bijna
dagelijks schoongemaakt worden. Daarbij komt dat als de zeef voor de helft
dichtzit er nog maar de helft water doorkan.. De De waterdruk zal toenemen en
deeltjes erdoor drukken. Een derde manier om vaste deeltjes te verwijderen is
aanslibben. Stelt u zich voor een beekje met stenen op de bodem. Het water
loopt tussen de kiezels door en het vuil slibt aan/ bezinkt tussen de stenen.
In deze situatie wordt geen druk opgebouwd en heeft uw filter een
gelijkblijvend rendement en capaciteit. Als vuistregel geldt dat u iedere dag
en minimaal 1 maal per week het vuil uit het systeem verwijdert.
Nitrificatie/ biologisch gedeelte
In deze fase van
waterzuivering is het water ontdaan van zweefvuil. Van belang is nu nog vooral
het verwijderen van ammonium. Dit gebeurt door nitrificerende bacteriën.
Daarvan zijn twee soorten van belang te weten: De Nitrosomonas en de Nitrobacter.
Deze bacteriën komen van nature in het water voor. Nitrosomonas breekt het
giftige ammonium af tot het giftige nitriet en Nitrobacter breekt het nitriet af
tot nitraat. Nitraat is alleen in hoge concentraties nog giftig. Nitraat is
echter voeding voor planten en kan explosieve algengroei veroorzaken.
Opeenhoping van nitraat kan voorkomen worden door een goede mechanische
filtering , door het water door een moerasje of door een bak met snel
groeiende planten te leiden . Waterverversing 5 a 10 % van de vijverinhoud per
week.
De biofilm is afspiegeling van de omstandigheden waarin ze in de tijd gegroeid
is. De biofilm (aantal bacteriën) groeit en sterft af met het aanbod
van ammonium. Een te hoge concentratie ammonium/nitriet werkt echter remmend op
de werking van de biofilm, hetgeen een snelle accumulatie van ammonium tot
gevolg heeft. Een nieuw biologisch filters met een groot aanbod ammonium/nitriet
komt dus maar moeilijk op gang!. Dus rustig beginnen.
Ongeveer twee uur na het voeren piekt het ammoniumgehalte. Het is dus niet
verkeerd vissen verspreidt over de dag te voeren. Let tijdens het voeren op de
reactie van de vissen. Als ze niet direct reageren op het voer is de kans groot
dat ze teveel krijgen. Rond de 4 ° Celsius is de activiteit van de biofilm
nagenoeg nul. De optimale temperatuur ligt op 25° Celsius Kleine
temperatuurschommelingen kunnen een groot effect hebben op de capaciteit van een
filter. ( Sharma meldt een studie waarin een temperatuurschommeling van
4°Celsius tot een toename van 50% Nitrificatie leidde!) Bacteriën die gegroeid
zijn onder lagere temperaturen zijn lijken ongevoeliger voor
temperatuurschommelingen. De beide genoemde bacterie groepen reageren ook nog
eens verschillend op temperatuurschommelingen.
Een goede reden om in het voorjaar op tijd te beginnen en alleen langzame
veranderingen in temperatuur toe te staan. De beste PH-waarde
ligt tussen 6,5 en 8. Daarboven komt ammonium als ammoniak in het water
en dat is erg giftig!
Natte en droge Filters
In droge
filters (trickling) druppelt het water van boven naar beneden over het
filtermateriaal waar de bacteriën op groeien. Het grote voordeel hier
is dat het water kan "ademen" Zuurstof wordt opgenomen en ongewenste gassen
zoals C02 kunnen ontwijken. De capaciteit van droge filters is doorsnee 2 maal
zo groot als van ondergedompelde filters.
Bij de keuze van uw materiaal dient u erop te letten dat uw filtersubstraat
overal wordt geraakt door de waterstroom. Dat is belangrijk voor de
aanvoer van voedingsstoffen en zuurstof voor de bacteriën.
Zuurstof heeft 24 uur nodig om in 1 cm stilstaand water door te dringen. Door
het water te bewegen of door er lucht doorheen te pompen vergroot u het
oppervlak, zodat uitwisseling van gassen snel kan gebeuren. Als u belucht kunt u
het beste de beluchting ook s' nachts door laten gaan. 's Nachts produceren
planten Co2, hetgeen van invloed is op de PH-waarde.
Natte filters zijn geheel ondergedompeld. Bij ondergedompelde filters dient u
er op toe te zien dat er geen stilstaand water is in het filter. Dit levert
anaerobe processen met 1voor vissen giftige stofwisselingsproducten. Ook met
het schoonmaken levert dat risico's voor u op middels aerosolen!! Het is niet
ondenkbaar dat ook Legionella zich in de zomerdag in stilstaand filterwater kan
ontwikkelen!
Oppervlak versus volume
Materialen met een
groot oppervlak zoals actief kool, geëxstrudeerd glas e.d. in relatie tot het
volume lijken aantrekkelijk. Echter, bij een groot aanbod van ammonium kan
een millimeters dikke laag bacteriën groeien. Materialen met een groot oppervlak
in relatie tot het volume vervuilen snel en/of groeien dicht met
bacteriën. U moet dan gaan schoonmaken op een moment dat u uw filter het hardst
nodig heeft. In de biofilm heeft een uitwisseling van stoffen plaats tussen de
boven en onderliggende lagen van de biofilm. De onderliggende lagen kunnen niet
of nauwelijks nog aerobe werken. Daar kan denitrificatie, omzetting van nitraat
in stikstof en zuurstof optreden.
De conclusie is dat er een optimale verhouding bestaat tussen volume en
oppervlak. Uitgaande van een maximaal 2 mm dikke laag bacteriën, 1 mm ondergrond
en 1 mm doorstroming komen we op 250 mtr² per mtr³. Over de verschillende
factoren die bij de belasting van vijverwater van belang zijn is men het eens.
Het zijn: verteerbaarheid van het voer, hoeveelheid voer, eiwitgehalte van
het voer, metabolisme (stofwisseling) van de vissen, PH-waarde van het water,
temperatuur (schommelingen) van het water.
Berekening biologisch oppervlak
Bij het voeren in de commerciële viskwekerij spreekt men van 1 maal , 2 maal en
3 maal optimaal. Bij 1 maal optimaal geeft net voldoende om de vissen gezond te
houden. Ongeveer 1 kg voer per dag per 100 kg vis. Groeien doen ze dan echter
nauwelijks. Bij 3 maal optimaal groeien ze het snelst. In dit
verband gaat we uit van 40% eiwit in het voer.
Uitgaande van voer met deze samenstelling kunt u als vuistregel hanteren:
40 m2 bio-oppervlak per kg voer per dag voor de omzetting van in water opgeloste
meststoffen. Meer heeft u niet meer nodig.
Chemisch
Actieve koolstof
wordt gemaakt van verschillende materialen zoals antraciet, hout, cacaoschillen
e.d. Deze materialen worden verhit onder
afwezigheid van zuurstof, waarbij de cellen uitgegloeid worden. Daardoor
ontstaat het enorme oppervlak. Net als detritus absorbeert koolstof allerlei
stoffen uit het water.
Bekend zijn vooral geur- en kleurstoffen en medicijnen. Maar pesticiden, ijzer,
mangaan e.d. worden ook opgenomen. Ammonium wordt niet door koolstof opgenomen.
Zeoliet is in staat ammonium op te nemen. De effectiviteit van koolstof
hangt af van contacttijd, soort koolstof, deeltjesgrootte, temperatuur etc.
Koolstoffilters gaan afhankelijk van de hoeveelheid nog aanwezige
voedingsstoffen in het water na zo'n 2 maanden biologisch werken. Door
koolstoffilters uit te koken regenereert de koolstof enigszins en worden
micro-organismen gedood. Het spreekt voor zich dat een koolstoffilters
onmiddellijk onbruikbaar worden wanneer er zweefvuil in terecht komt. In
de aquariumwereld worden wel kleurstoffen toegediend aan het water om te zien
of het koolstoffilter nog actief is.
Voordat het water het koolstoffilter ingaat kunt nog een UV-lamp inzetten zodat uitspoelende bacteriën niet mee het koolstoffilter ingaan.