Waterzuivering
in vijvers.

Bij waterzuivering heeft u twee
opdrachten. De eerste is te zorgen dat uw vissen het water krijgen dat ze nodig
hebben . De tweede opdracht is dat water zo te houden. De tweede opdracht valt
in twee onderdelen uiteen. Mechanische en biologische filtering. Mechanische
filtering beoogt het verwijderen van vaste bestanddelen uit het water.
Biologische filtering is feitelijk geen filtering maar omzetting van in water
opgeloste stoffen door bacterieen. Wanneer het vijverwater 's morgens
100% is moet u alle (vaste) stoffen die er die dag bijkomen ook weer
verwijderen om die score vast te houden!
Mechanische filtering
Veel aandacht moet u
besteden aan het verwijderen van vaste bestanddelen voordat het water het
biologisch gedeelte van het filter ingaat. Door resten van vaste stoffen
zoals planten uitwerpselen e.d. tijdig te verwijderen voorkomt
u compostering.
Compostering leidt tot in water opgeloste stoffen die de aanleiding kunnen zijn
tot algenbloei.
Als u dit verwijdert neemt u al een grote stap in waterzuivering. Voor de
verwijdering kunt u kiezen voor verschillende technieken die zo hun voor- en
nadelen hebben. Bezinking heeft grote voordelen. Aangesloten op het
riool geeft bezinking een minimum aan onderhoud. Nadeel is de benodigde
afmeting. De norm is niet sneller dan 7 liter per minuut op een 1m3. Veel
vortexen lopen te snel in verhouding tot hun afmeting.
In dit gedeelte bezinkt detritus, d.w.z. resten van afgestorven planten,
voedsel e.d. Detritus is erg licht en dwarrelt bij de minste beweging door de
bak. Detritus kan allerlei in water opgeloste stoffen opnemen. Deze komen bij
verdere afbraak echter weer in het water terecht. In plaatbezinkers
kan onderin bij een gering zuurstofgehalte denitrificatie optreden ( Broers
1988). Bezinking is de minst bewerkelijke vorm van filteren. Naast
bezinking kennen we zeven. De doorlaat van de zeef is vooraf
bepaald Zeven werken effincient Het vuil groter dan de doorlaat kan
er niet doorheen en wordt afgevoerd. Echter bij een groot aanbod van
vaste deeltjes verstopt de zeef snel en moet dan bijna dagelijks
schoongemaakt worden. Daarbij komt dat als de zeef voor de helft dichtzit
er nog maar de helft water doorkan.. De De waterdruk zal toenemen en
deeltjes erdoor drukken. Een derde manier om vaste deeltjes te
verwijderen is aanslibben. Stelt u zich voor een beekje met stenen
op de bodem. Het water loopt tussen de kiezels door en het vuil slibt aan/
bezinkt tussen de stenen. In deze situatie wordt geen druk opgebouwd
en heeft uw filter een gelijkblijvend rendement en capaciteit. Als
vuistregel geldt dat u iedere dag en minimaal 1 maal per week het vuil uit het
systeem verwijdert.
In deze fase van
waterzuivering is het water ontdaan van zweefvuil. Van belang is nu nog vooral
het verwijderen van ammonium. Dit gebeurt door nitrificerende bacteriën.
Daarvan zijn twee soorten van belang te weten: De nitrosomonas en de
nitrobacter. Deze bacteriën komen van nature in het water voor. Nitrosomonas
breekt het giftige ammonium af tot het giftige nitriet en nitrobacter breekt
het nitriet af tot nitraat. Nitraat is alleen in hoge concentraties nog
giftig. Nitraat is echter voeding voor planten en kan explosieve algengroei
veroorzaken. Opeenhoping van nitraat kan voorkomen worden door een goede mechanische
filtering , door het water door een moerasje of door een bak met snel
groeiende planten te leiden . Waterverversing 5 a 10 % van de vijverinhoud per
week.
De biofilm is afspiegeling van de omstandigheden waarin ze in de tijd gegroeid
is. De biofilm (aantal bacterieen) groeit en sterft af met het
aanbod van ammonium. Een te hoge concentratie ammonium/nitriet werkt echter
remmend op de werking van de biofilm, hetgeen een snelle accumulatie van
ammonium tot gevolg heeft. Een nieuw biologisch filters met een groot aanbod
ammonium/nitriet komt dus maar moeilijk op gang!. Dus rustig beginnen.
Ongeveer twee uur na het voeren piekt het ammoniumgehalte. Het is dus niet
verkeerd vissen verspreidt over de dag te voeren. Let tijdens het voeren op de
reactie van de vissen. Als ze niet direct reageren op het voer is de kans groot
dat ze teveel krijgen. Rond de 4 ° celsius is de activiteit van de biofilm
nagenoeg nul. De optimale temperatuur ligt op 25° Celsius Kleine
temperatuurschommelingen kunnen een groot effect hebben op de capaciteit van
een filter. ( Sharma meldt een studie waarin een temperatuurschommeling van
4°Celsius tot een toename van 50% Nitrificatie leidde!) Bacteriën die gegroeid
zijn onder lagere temperaturen zijn lijken ongevoeliger voor
temperatuurschommelingen. De beide genoemde bacterie groepen reageren ook nog
eens verschillend op temperatuurschommelingen.
Een goede reden om in het voorjaar op tijd te beginnen en alleen langzame
veranderingen in temperatuur toe te staan. De beste PH-waarde
In droge filters (trickling) druppelt het water van boven naar
beneden over het filtermateriaal waar de bacterieen op groeien. Het grote
voordeel hier is dat het water kan "ademen" Zuurstof wordt
opgenomen en ongewenste gassen zoals C02 kunnen ontwijken. De capaciteit van
droge filters is doorsnee 2 maal zo groot als van ondergedompelde filters.
Bij de keuze van uw materiaal dient u erop te letten dat uw filtersubstraat
overal wordt geraakt door de waterstroom. Dat is belangrijk voor de
aanvoer van voedingsstoffen en zuurstof voor de bacteriën.
Zuurstof heeft 24 uur nodig om in 1 cm stilstaand water door te dringen. Door
het water te bewegen of door er lucht doorheen te pompen vergroot u het
oppervlak, zodat uitwisseling van gassen snel kan gebeuren. Als u belucht kunt
u het beste de beluchting ook s'nachts door laten gaan. 's Nachts produceren
planten Co2, hetgeen van invloed is op de PH-waarde.
Natte filters zijn geheel ondergedompeld. Bij ondergedompelde filters
dient u er op toe te zien dat er geen stilstaand water is in het filter.
Dit levert anaerobe processen met voor vissen giftige stofwisselings producten.
Ook met het schoonmaken levert dat risico's voor u op middels
aerosolen!! Het is niet ondenkbaar dat ook legionella zich in de zomerdag in
stilstaand filterwater kan ontwikklelen.!!
Materialen met een groot
oppervlak zoals actief kool, gextrudeerd glas ed in relatie tot het volume
lijken aantrekkelijk. Echter, bij een groot aanbod van ammonium kan een
millimeters dikke laag bacteriën groeien. Materialen met een groot oppervlak in
relatie tot het volume vervuilen snel en/of groeien dicht met
bacterieen. U moet dan gaan schoonmaken op een moment dat u uw filter het
hardst nodig heeft. In de biofilm heeft een uitwisseling van stoffen plaats
tussen de boven en onderliggende lagen van de biofilm. De onderliggende lagen
kunnen niet of nauwelijks nog aerobe werken. Daar kan denitrificatie, omzetting
van nitraat in stikstof en zuurstof optreden.
De conclusie is dat er een optimale verhouding bestaat tussen volume en
oppervlak. Uitgaande van een maximaal 2 mm dikke laag bacteriën, 1 mm
ondergrond en 1 mm doorstroming komen we op 250 mtr² per mtr³. Over de
verschillende factoren die bij de belasting van vijverwater van belang zijn is
men het eens. Het zijn: verteerbaarheid van het voer, hoeveelheid voer,
eiwitgehalte van het voer, metabolisme (stofwisseling) van de vissen, PH-waarde
van het water, temperatuur (schommelingen) van het water.
Berekening biologisch oppervlak
Bij het voeren in de commerciële viskwekerij spreekt men van
1 maal , 2 maal en 3 maal optimaal. Bij 1 maal optimaal geeft net voldoende om
de vissen gezond te houden. Ongeveer 1 kg voer per dag per 100 kg vis. Groeien
doen ze dan echter nauwelijks. Bij 3 maal optimaal groeien ze het
snelst. In dit verband gaat we uit van 40% eiwit in het voer.
Uitgaande van voer met deze samenstelling kunt u als vuistregel hanteren:
40 m2 bio-oppervlak per kg voer per dag voor de omzetting
van in water opgeloste meststoffen. Meer heeft u niet meer nodig.
Chemisch
Actieve koolstof wordt
gemaakt van verschillende materialen zoals antraciet, hout, cacaoschillen e.d.
Deze materialen worden verhit onder
afwezigheid van zuurstof, waarbij de cellen uitgegloeid worden. Daardoor
ontstaat het enorme oppervlak. Net als detritus absorbeert koolstof allerlei
stoffen uit het water.
Bekend zijn vooral geur en kleurstoffen en medicijnen. Maar pesticiden, ijzer,
mangaan e.d. worden ook opgenomen. Ammonium wordt niet door koolstof opgenomen.
Zeoliet is in staat ammonium op te nemen. De effectiviteit van koolstof
hangt af van contacttijd, soort koolstof, deeltjesgrootte, temperatuur etc.
Koolstoffilters gaan afhankelijk van de hoeveelheid nog aanwezige
voedingsstoffen in het water na zo'n 2 maanden biologisch werken. Door
koolstoffilters uit te koken regenereert de koolstof enigszins en worden
micro-organismen gedood. Het spreekt voor zich dat een koolstoffilters
onmiddellijk onbruikbaar worden wanneer er zweefvuil in terecht komt. In
de aquariumwereld worden wel kleurstoffen toegediend aan het water om te zien
of het koolstoffilter nog actief is.
Voordat het water het
koolstoffilter ingaat kunt nog een UV-lamp inzetten zodat uitspoelende
bacteriën niet mee het koolstoffilter ingaan.
UV-licht
Ultra-violet licht komt ook
in zonlicht voor. Deze lichtfrekwentie wordt grotendeels door de ozonlaag in de
atmosfeer uitgefilterd. UV-licht is uitermate schadelijk! Vooral uw ogen zijn
kwetsbaar. Met de afname van de ozon in de atmosfeer wordt het risico van
zonnebaden dan ook groter. UV-lampen worden geproduceerd om deze schadelijke straling
te produceren. Algen en micro organismen die enige tijd aan dit licht
blootgesteld worden sterven af. UV-lampen zijn daarop uitermate geschikt om
ingezet te worden in de strijd tegen allerlei ziektekiemen en algen. UV-licht
is een milieu vriendelijk produkt. Het gebruik van allerlei medicijnen kan
daarmee achterwege blijven.